Psalm 16: 1 “Bewaar mij, O God, want ik heb tot U de toevlucht genomen”

De woorden “Bewaar mij, o God” doen vermoeden dat David met zorgen en moeiten te maken heeft. David vraagt aan God of God hem niet voortijdig uit dit leven wilt wegnemen. Hij smeekt God of zijn levensdagen niet zullen worden verkort. Vermoedelijk is David in levensgevaar. David moest op verschillende momenten in zijn leven een schuilplaats zoeken vanwege vijanden. Omringd door de vijand vreest David dat hij door die vijand zal worden gedood. En zijn ook wij niet alle dagen in gevaar? Onze levensdraad kan snel en soms onverwacht en ongedacht worden doorgesneden. Onze levenstijd is kort. Ik denk dat de intentie waarmee David dit gebed bidt voor ons herkenbaar is. Leeft er niet diep in ons hart een verlangen om altijd hier op aarde te blijven? Was dat niet de intentie waarmee God ons schiep? Dat we eeuwig met Hem zouden leven, dat we ons voor altijd in Hem zouden verheugen? David bidt “bewaar mij, o God”. Uit alles blijkt dat David gelovig bidt. Dat blijkt wel uit het vervolg “want ik heb tot U de toevlucht genomen. Mijn ziel, u hebt tegen de HEERE gezegd: U bent de Heere”. David schuilt bij Zijn God. De HEERE is voor hem het vertrouwde toevluchtsoord. En dat is het geheim dat deze psalm geen klaagpsalm wordt. Ondanks de bedreiging door de vijand. Ondanks de bedreiging door de dood, vertrouwt David op zijn God. David wist ik moet bij mijn God zijn. Zelf ben ik niet staat om mijn leven te redden of te bewaren. Het leven met en voor de HEERE bepaalt zijn levenshouding. Leeft u ook zo met de HEERE? Kent u de zekerheid van het geloof? Hoe zwakker ons geloof, hoe minder we de zekerheid van het geloof ervaren. Hoe sterker ons geloof, hoe meer we de zekerheid van het geloof ervaren. David hij kende de omgang met de HEERE, de gelovige omgang. Kent u de omgang met de HEERE? Is het lezen uit de Bijbel uw dagelijks eten en drinken? In het gebed “Bewaar mij, o God” klinkt iets door van het uitstijgen boven de omstandigheden van het leven uit. Bewaar mij, bewaar mij met lichaam en ziel. Bewaar mij ondanks de omstandigheden van het leven, ondanks de zorgen en moeiten die het leven kunnen kwellen. Wanneer ik ziek ben, chronisch ziek, psychisch ziek, ongeneeslijk ziek, wanneer doctoren niets meer kunnen doen, wanneer de zorgen van het oud zijn ons bezighouden, dan mag toch het gebed klinken: “Bewaar mij o God”. Omdat het perspectief van dit gebed verder reikt dan dit leven. Want David belijdt verderop in deze psalm: “Want U zult mijn ziel in het graf niet verlaten”. In dit gebed klinkt iets door van het nochtans van het geloof. Als zorgen en moeiten mij niet bespaart blijven, verheug ik mij nochtans in mijn God. Als ik ernstig ziek ben en er geen genezing mogelijk is, ik zal nochtans vertrouwen op Hem. Als mijn lichaam sterven gaat, nochtans vertrouw ik erop dat de HEERE mij op de jongste dag zal doen opstaan uit het graf. Kohlbrugge zegt het zo: ‘Daarom, wanneer ik sterf, – ik sterf echter niet meer, – en iemand vindt mijn schedel, zo verkondig hem deze schedel nog: ik heb geen ogen, nochtans zie ik Hem; ik heb geen hersenen, geen verstand, nochtans omvat ik Hem; ik heb geen lippen, nochtans kus ik Hem; ik heb geen tong, nochtans zing ik Hem lof met u allen, die Zijn Naam aanroept. Ik ben een harde schedel, nochtans ben ik zeer week gemaakt en gesmolten in Zijn liefde; ik lig hier buiten op het kerkhof, nochtans ben ik in het Paradijs! Al het lijden is vergeten! Dat heeft Zijn grote liefde teweeggebracht, toen Hij voor ons Zijn kruis droeg en uitging naar Golgotha.’ En waarom kon Kohlbrugge dit zeggen? Hij mocht met David belijden: de HEERE is mijn Toevlucht! Halleluja, lof zij het Lam! Lof zij mijn Christus! W. Meerkerk

Diensten

Bekijk alle diensten

Adresgegevens

Achter de Kerk 3
2821 AP Stolwijk
 0182 34 15 09

Route

Google Maps is niet beschikbaar.
© Hervormde Gemeente Stolwijk
site by: REPROVINCI